Persfouten bij een transferpers voorkomen en oplossen
De meeste persfouten (schroeiplekken, een verschoven print, een zichtbare lijmrand of een ongelijk geperste bedrukking) komen terug op drie oorzaken: een verkeerde temperatuur, ongelijke druk, of een transfer die tijdens het persen is verschoven.
Wat veroorzaakt schroeiplekken of verkleuring tijdens het persen?
Schroeiplekken ontstaan meestal door een te hoge perstemperatuur voor het gebruikte materiaal, of door een te lange perstijd. Controleer eerst of de ingestelde temperatuur van uw pers daadwerkelijk overeenkomt met de weergegeven waarde, want persen kunnen na verloop van tijd afwijken.
Een te hoge temperatuur kan behalve schroeiplekken ook de kleur van de transfer of van de kleding zelf veranderen. Gebruik de materiaaltabel in persinstellingen voor premium transfers of persinstellingen voor DTF-transfers als uitgangspunt, en verlaag de temperatuur bij twijfel liever iets dan dat u hem verhoogt.
Waarom verschuift een transfer tijdens het sluiten van de pers?
Een transfer verschuift meestal doordat hij niet goed is vastgezet voordat de pers sluit, of doordat de klep van de pers te snel of schuin dichtklapt. Fixeer de transfer voor het sluiten en sluit de pers in één vloeiende beweging.
Bij grotere ontwerpen of bij meerdere elementen op één kledingstuk (bijvoorbeeld een borst- en ruglogo) is de kans op verschuiving groter. Werkt u met naamlabels of rugnummers, zie ook namen en nummers voor de aandachtspunten die daarbij horen.
Wat veroorzaakt een zichtbare lijmrand rond een transfer?
Een zichtbare lijmrand ontstaat meestal doordat de contour van de transfer niet nauwkeurig genoeg is gesneden, of doordat de persdruk plaatselijk te laag was waardoor de lijm niet volledig is ingetrokken. Controleer de contour vóór het persen en de drukinstelling van de pers.
Bij DTF-transfers is een lichte rand soms onvermijdelijk door de aard van de techniek; bij premium transfers wijst een rand vaker op een snijfout in het brondbestand. Zie aanleverspecificaties voor een bedrukkingsbestand voor de eisen aan contouren en afloop.
Hoe herkent en verhelpt u een ongelijk geperste transfer?
Een ongelijk geperste transfer (waarbij een deel wel en een deel niet goed hecht) wijst meestal op drukverschillen over de persplaat, vaak veroorzaakt door naden, ritsen of zakken onder het kledingstuk. Gebruik een perskussen om die oneffenheden op te vangen.
Controleer daarnaast regelmatig de drukverdeling en slijtdelen van de pers zelf: zie onderhoud van een transferpers. Blijft het probleem terugkomen ondanks een perskussen, dan is vaak de onderplaat niet geschikt voor het bedrukkingsformaat; zie welke onderplaat en perdruk bij welk formaat hoort.
Controleer de temperatuur
Meet of de ingestelde temperatuur van de pers daadwerkelijk klopt: een afwijkende temperatuur is de meest voorkomende oorzaak van schroeiplekken of juist slechte hechting.
Controleer de drukverdeling
Ongelijke druk over de persplaat geeft een ongelijk geperste transfer; controleer regelmatig of de plaat overal evenveel druk zet.
Controleer de positionering
Zorg dat de transfer niet kan verschuiven bij het sluiten van de pers, bijvoorbeeld met een fixeerspray of hittebestendige tape.
Gebruik een perskussen bij oneffenheden
Naden, ritsen en zakken geven drukverschillen; een perskussen vult die op zodat de bedrukking gelijkmatig hecht.
De meeste persfouten in dit artikel delen een onderliggende oorzaak: een pers die niet meer exact doet wat het display aangeeft, of een oppervlak dat niet zo vlak is als het lijkt. Beide zijn met regelmatige controle te voorkomen, en beide kosten meer tijd om achteraf op te lossen (een mislukte bedrukking betekent immers een nieuw kledingstuk en een nieuwe transfer) dan om vooraf te checken.
Houd bij herhaalde problemen een kort logboekje bij van wat er misging en bij welke instelling: dat maakt het makkelijker om een patroon te herkennen (bijvoorbeeld steeds bij hetzelfde onderplaatformaat, of steeds bij dezelfde materiaalsoort) in plaats van elke keer opnieuw te gokken naar de oorzaak.
Veelgestelde vragen
Onvoldoende druk is meestal te zien aan randen die niet volledig hechten of loskomen bij de eerste wasbeurt. Controleer de drukverdeling over de plaat en pas deze zo nodig aan.
Meet de werkelijke temperatuur op minimaal vijf punten (midden en vier hoeken) met een gekalibreerde contactprobe of temperatuurteststrips, en controleer de drukverdeling met vijf gelijke papierstroken of drukmeetfolie. Stel de platen parallel af, vervang een beschadigde siliconenmat en laat de pers servicen als temperatuur of druk buiten tolerantie blijft.
Gebruik de laagste gevalideerde temperatuur en druk, een kleine onderplaat of perskussen zodat alleen het logogebied wordt belast, en een schone release sheet of teflonvel. Houd naden, ritsen en zakranden buiten de perszone en test eerst op een onopvallende plek.
Ja, te veel hitte kan zowel de transfer als het onderliggende textiel verkleuren of beschadigen. Houd de temperatuur aan die voor het specifieke materiaal en transfertype geldt.
Meestal door onvoldoende fixatie vooraf of een oneffen ondergrond. Zorg dat de transfer stevig op zijn plek ligt (bijvoorbeeld met hittebestendige tape) voordat de pers sluit.
Een lijmrand ontstaat door te veel of ongelijk poeder, een te brede witte onderlaag, halftransparante randpixels in het ontwerp, of uitvloeiing tijdens curing. Voorkomen door transparant, schoon artwork, een gecontroleerde choke van de witte laag, fijne gelijkmatige poedering, correcte curing en visuele randcontrole vóór levering.
Te hoge temperatuur, te lange perstijd of te veel druk voor het specifieke materiaal. Houd de aanbevolen instelling per materiaal aan om schroeiplekken te voorkomen.